INGEZONDEN LESBRIEF
(Met dank aan Alice Weltens.)


Ik heb met groep 5 van OBS “De Kring” in Maastricht, het hele jaar gewerkt rondom het thema 
“De schilderijententoonstelling”van Modest Mussorgsky in de dansexpressie-, muziek- en handenarbeidlessen .

In de dansexpressielessen heb ik als eerste het muziekstuk “De hut op kippenpoten van Baba Yaga” geïntroduceerd. 

Dit muziekstuk werd ondersteund door een hulptekst. De tekst vormde een leidraad bij de beweging. 
De kinderen konden op deze wijze heel gemakkelijk eigen bewegingen vinden.
.
Een klein stukje van de hulptekst:
En hoor!

Stamp en stamp.

Draai om.

Vang een vleermuis - nóg een.

Zoeken hier, zoeken daar,

zoeken zoeken zoeken maar.

.
In een 4 tal gymlessen heb ik op deze wijze een heksendans gecreëerd en aangeleerd. De kinderen hebben met reuze veel plezier, emotie en inzet deze dans gedanst. De moeilijke passages in het muziekstuk vormden geen enkel probleem en het muziekstuk kon bijna helemaal gezongen worden met behulp van de tekst. Het ondersteunen van muziek met tekst is een van de beste grepen uit mijn trukendoos als muziekdocent geweest.
Daarna heb ik in de muziekles een heksenlied aangeleerd en met Orff-instrumenten ondersteund. Dit lied “De heks” van Herman Broekhuizen heb ik gevonden in “18 Karaat-18 gouden toppers” van Benny Vreden Produkties (CD te bestellen bij BVP B.V. 035-6215953). * De muzieknotatie is helaas niet verkrijgbaar.
Bovendien heb ik het Russische volkssprookje “Baba Yaga en Wassilissa de Schone” voorgelezen. Dit boek met illustraties van de Russische schilder Ivan Bibilin is vaak bij boekhandel De Slegte verkrijgbaar.

 
Het verhaal:
Een moeder geeft voordat ze sterft een popje aan haar mooie dochter Wassilisa. Wanneer Wassilisa ooit in grote nood geraakt, moet ze het popje te eten geven. Het popje zal haar dan met raad en daad bijstaan. De vader van Wassilisa hertrouwt en de stiefmoeder en stiefzusjes zijn razend jaloers op Wassilisa, omdat deze steeds mooier wordt. Ze moet hard werken en veel plagerijen verdragen, maar het popje helpt haar steeds om alle smerige karweitjes op tijd klaar te krijgen.
Op zekere dag zorgen de stiefmoeder en stiefzusjes ervoor dat het vuur tijdens het spinnen uitgaat. Ze sturen Wassilisa naar de gevreesde heks Baba Jaga (die diep in het woud woont) om vuur te gaan halen. Het popje wijst Wassilisa met haar lichtende ogen de, zodat deze niet kan verdwalen.
Onderweg komen ze een witte ridder (de ridder van het daglicht), een rode ridder (de ridder van de zon) en een zwarte ridder (de ridder van de nacht) tegen. Wassilissa komt bij de hut van Baba Jaga en spreekt haar aan met grootmoeder. Ze moet het vuur verdienen door bij Baba Jaga te gaan werken als dienstmeid. Het popje geeft haar ook nu goede raad en helpt haar om het werk af te krijgen. Baba Jaga kan niets op het werk van Wassilisa aanmerken en moet haar laten vertrekken. Wassilisa krijgt een schedel, gevuld met vuur, mee. Baba Jaga ontdekt dat ze ziel van de dode moeder over Wassilisa waakt.

Thuisgekomen wordt Wassilisa vriendelijk ontvangen, want elk nieuw vuur dat door de stiefmoeder en stiefzusjes aangemaakt werd is uitgegaan. De schedel gevuld met vuur achtervolgt de stiefmoeder en stiefzusjes die in een verzengend vuur omkomen.

Met behulp van het popje wordt Wassilisa de beste spinster en weefster van het hele land en uiteindelijk trouwt ze met de tsaar.

Baba Jaga heeft 3 mannelijk partners die elk een heilige symboolkleur dragen. Wit wordt door een witte ridder of groene man vertegenwoordigd, rood door een rode ridder of bloedrode man en zwart door een zwarte ridder of mijnwerker. Dit zijn de mythologische symboolkleuren van Baba Jaga en omdat dit er 3 zijn, bezit ook Baba Jaga een oude drievoudige gestalte, die van een drievoudige godin. Baba Jaga is niet altijd de boze heks geweest. Ze was eens de goede moeder van de aarde, een goede fee. Vandaar nog de naam grootmoedertje.

.
Omdat de kinderen, de leerkracht en ikzelf zo ontzettend veel plezier aan deze activiteiten hadden, besloten we om nog enkele muziekstukken uit “De schilderijententoonstelling” op deze manier uit te werken.
We begonnen vol goede moed aan een aantal liedjes zoals:
het liedje “Welles-Nietes” van Marian van Gog en Ria Hendriks uit “18 Karaat-18 gouden toppers” *
van Benny Vreden Produkties bij “De Tuilerieën” (CD te bestellen bij BVP B.V. ( 035-6215953. 
De muzieknotatie is helaas niet verkrijgbaar).
het liedje “10 mooie kippen zaten in hun hok” op de melodie van het lied “Ten green bottles” uit 
“Plezier met muziek” van Ad Heerkens werd bij “Het ballet van de kuikentjes in hun eierschalen” gekozen.
/
Tekst:
10 mooie kippen zaten in een hok,

10 mooie kippen zaten op een stok,

maar d’r was d’r eentje

die riep pardoes tok-tok

en toen zeiden de kippen

stap jij nu maar eens op.

(Dan zitten er nog 9-8-7 kippen op de stok).

.
Het dialectliedje “Bet en Mei” (2 brutale marktvrouwen) werd bij “Het marktplein van Limoges” gekozen.

 

Bovendien hebben we in de muzieklessen een groot gedeelte van de muziekstukken van de schilderijententoonstelling beluisterd en besproken.

In de handenarbeidlessen werden enkele muziekstukken grafisch weergegeven. Het grafisch weergeven van de muziek werd tijdens mijn dansopleiding in Wenen als vak Musikalischer Graphik door Professor Sündermann gegeven. Belangrijk daarbij was dat men in de grafische vormgeving het karakter, de sfeer, de kleur, het tempo en het ritme van de muziek kon herkennen. Ik heb met de kinderen, nadat de muziek een beetje bekend was en goed in het oor lag, op deze manier met waskrijt op grote vellen papier getekend: Deze grafische werken zijn nu in het klaslokaal van groep 5 tentoongesteld.
Wanneer men geïnteresseerd is in meer informatie kan men contact met mij opnemen.

Alice Weltens.

.

.
Ik studeerde van 1969 tot 1972 bij Rosalia Chladek aan de Sonderlehrgang Moderne tänzerische Erziehung, een afdeling van de Hochschule für Musik und darstellenden Kunst, in Wenen en verkreeg in 1971 mijn pedagogische diploma. Rosalia Chladek, mijn lerares, was een van de laatste boegbeelden van de Moderne Deutsche Ausdruckstanz en vertegenwoordigde de mening dat men als choreograaf en danser(es) de muziek in beweging diende om te zetten en niet de muziek als achtergrond moest gebruiken. Een dans moest de sfeer, het karakter, de harmonieën, de klankkleuren en het ritme van de muziek weergeven. Bovendien moest men in staat zijn om met zo min mogelijk middelen en opsmuk (attributen, kleren, decors) de essentie van een muziekstuk of personage te treffen.
.
Van 1974-1976 studeerde ik aan het Carl-Orff Institut, een afdeling van de Hochschule für Musik und darstellenden Kunst, in Salzburg en en sloot aldaar mijn opleiding in 1976 af.
.
Ik was docente lichaamsscholing en bewegingsleer aan de muziekschool en aan het conservatorium in Maastricht en tevens aan de logopedieopleiding te Hoensbroek.
.
Vanaf 1982 ben ik muziek- en bewegingsleerkracht en Natuur- en milieucoördinatrice aan de openbare basisschool “De Kring” in Maastricht.
.
E-mailadres: cevers@freeler.nl

TERUG