|
De hobo is waarschijnlijk in het midden van de zeventiende eeuw door
Jean Hotteterre en zijn mede muzikan- ten aan het Franse hof ontwikkeld
uit de turkse zurna en de europese schalmei, welke beide al dubbelriet
instrumenten waren. Omdat het instrument een zeer zuivere klank heeft,
worden andere instrumenten in het orkest vaak op de hobo afgestemd. In
vroeger tijden was het normaal dat instrumenten uit één familie
in vele verschillende groottes en toonhoogten gebouwd werden. Uiteindelijk
zijn er bij de hobofamilie drie hobo’s overgebleven, die tot op de dag
van vandaag worden bespeeld. Deze zijn de hobo, de hobo d’amore en de althobo.
Het solorepertoire voor de althobo is beperkt, maar in het symfonieorkest komt de althobo vooral in het romantische repertoire veelvuldig voor. Bekende voorbeelden zijn de althobosolo’s in de 9e symfonie "Uit de Nieuwe Wereld" van Dvorak en de Symphonie Fantastique van Berlioz. . Met dank aan Lode de Wilde uit Reuver voor
het toezenden van informatie
|
![]() |